HomeFamilie Admiraal

Wapenschild - Wapenschild Gevierendeeld: 1 en 4 In goud een leeuw van rood; 2 en 3 In blauw twee schuingekruiste ankers van zwart. Wapenvoerder: Cornelis Dirkszoon, geb. 1542, overl. 1583. Burgemeester van Monnickendam en admiraal van de geuzen in Noord-Holland (slag op de Zuiderzee in 1573). Zijn wapen (zo hij er een voerde) is ons niet bekend, maar zijn nakomelingen, de Hoornse familie Dirks, zich noemende (naar hem) 'Admiraal'.


Aanvankelijk was het woord admiraal, in de middeleeuwen 'ammerael' of 'ammirael' geschreven, nog bekend met zijn oorspronkelijke betekenis. Het woord admiraal/ammerael is via het Latijn en het Frans aan het Arabisch ontleend: < amîr, emîr = 'vorst, bevelhebber'. In middelnederlandse teksten werden de bevelhebbers van het Saraceense leger 'amirale, ammirale' genoemd en in Floris ende Blancefloer werd de vorst of emir van Babylon 'ammirael' genoemd. Daarnaast kwam de betekenis 'vlootvoogd' in zwang [MNW].
In eerste instantie verwijst de familienaam Admiraal naar de functie van admiraal, vlootvoogd, bevelhebber. Pieter Claesz Duijts alias Admirael was in 1638 veerman te Monnickendam. Hij was gehuwd geweest met Geertruijd Admirael. "Men was er erg trots op als iemand uit 't geslacht van Cornelis Dircksz Admirael stamde, de aanvoerder van de watergeuzen in de slag op de Zuiderzee in 1573" [L. Appel, 'De geschiedenis van de aanleg van wagenwegen en trekvaarten in Waterland', in: Jaarverslag Vereniging Oud Monnickendam (1997), p. 60].
De relatie met een admiraal kan indirect zijn geweest. Zo zou de achternaam Admiraal in Amsterdam aan een vondeling gegeven zijn die op de stoep voor het huis van een admiraal was achtergelaten. Of de naam werd ontleend aan een huis- of scheepsnaam, zoals bij Cornelis Admiraal die op het schip de Admiraal Tromp voer (Durgerdam ca. 1700) [Royen van-1987, p 242].
Naamvormen die in de middeleeuwen zijn ontstaan, kunnen nog betrekking hebben op de betekenis 'emir, (Arabische) bevelhebber'. Wellicht via een huisnaam in familienamen als Ammeraal, Amoraal, Ammerant, Den Admirant en Lamoraal (met het Franse lidwoord 'le') [F. Debrabandere, 'Familienamen van krijgslieden', in: Volkskundig Jaarboek 't Beertje 3 (1979)].
De naam Lamoraal zou vanaf de 14de eeuw ook als voornaam in verschillende voorname families voorkomen. "Via het Frans zou hij afstammen van een Turkse naam Amurath" [Spectrum voornamenboek]. Een afleiding van hetzelfde woord amir of emir.
We zien in ieder geval dat in de 17de eeuw in Aartselaar (B.) dezelfde persoon met verschillende naamsvormen werd vermeld, waaruit blijkt dat Lamoraal als L'Admiral geïnterpreteerd kon worden: Lammorael van den Berge, 1611 = joncker Lammerael vanden Berge, 1615 = heer Admirael vanden Berge, 1617 = Amorul van(den) Berge, 1618 [WFB; Roelandts-1951, p 14].
De naam Moraal zou eveneens teruggaan op 'admiraal', in verkorte vorm 'mirael'. Peter Moraels, 1440 = Peter Meraels, Hasselt 1445 [WFB]. Bij deze naam kan echter ook gedacht worden aan verwantschap met namen als Morel en Moré(e), namen met een oorsprong in een Romaanse taal (Frans, Spaans), waarin we het woord 'moor' herkennen, wijzend op een donkere huidskleur.

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:
• Cornelis Willemsen Admirael, Den Helder 1636 [Schoorl-1998, p 79].
• Cornelis Cornelisz Admiraal alias Tas, schipper op de Roo Tas, Schellinkhout 1684 [Boon-1988, p 197, 206].
• Cornelis Jacobsz Admiraal, schipper Uitdam 1683; Cornelis Albertsz Admiraal, burgemeester 1716 ['Uitdammer ambtsdragers en beroepsbeoefenaars', in: Jb. Waterland 2 (1995), p 93, p 96].
• Jacob Admerael, Cornelis Jacobs Admirael [P.J.K. van Werkhooven, 'Turftrekkers in Kortenhoef anno 1743', in: GN 49 (1994), p 75-76].
• [M. Admiraal, Admiraal, overzicht en adressenlijst van de nakomelingen van Jan Wouters Admiraal en Grietje Koot, Uitgeest 1980].